ECLI:NL:CBB:2001:AD4931
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
College vernietigt tuchtbeslissing wegens onjuiste toepassing compte joint-overeenkomst en legt schriftelijke waarschuwing op
Appellant, een registeraccountant, was door de raad van tucht berispt wegens het niet vermelden van een compte joint- en medeaansprakelijkheidsovereenkomst (CJ-1) in de jaarrekening 1995 van een eenmanszaak en het nalaten om hierover schriftelijk te informeren tijdens onderhandelingen.
Het College oordeelde dat de nieuw opgerichte BV (F) pas op 5 februari 1997 partij werd bij een nieuwe overeenkomst (CJ-2) en niet automatisch gebonden was aan CJ-1. Hierdoor was appellant niet verplicht om de ING-bank of de betrokken partijen schriftelijk te informeren over CJ-1 tijdens de onderhandelingen.
Wel erkende het College dat appellant tekort was geschoten door het niet vermelden van CJ-1 in de jaarrekening 1995 en het ontbreken van een schriftelijke melding tijdens de onderhandelingen, wat in strijd was met artikel 11, eerste lid, van de Gedrags- en beroepsregels registeraccountants (GBR-1994). Daarom werd de maatregel van schriftelijke waarschuwing passend geacht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de tuchtbeslissing vernietigd en een schriftelijke waarschuwing opgelegd.