ECLI:NL:CBB:2001:AD6719
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en douaneschuldenaarschap bij onttrekking aan douanetoezicht van suikerzendingen
Appellanten, A B.V. en C, betwistten de navordering van landbouwheffing wegens onttrekking aan het douanetoezicht van negen suikerzendingen uit Polen. De geschilpunten betroffen de bevoegde lidstaat en de vraag of zij als douaneschuldenaar konden worden aangemerkt.
Het College stelde vast dat de onttrekking aan het douanetoezicht in Nederland had plaatsgevonden, onder meer omdat de verzegeling van de ladingen daar was verbroken en de chauffeurs pas in Nederland van de werkelijke bestemming op de hoogte werden gebracht. De valse zuivering van de TIR-carnets vond eveneens in Nederland plaats. Dit leidde tot de conclusie dat Nederland bevoegd was tot navordering.
Verder oordeelde het College dat op grond van het FIOD-dossier en verklaringen van betrokkenen, C en A B.V. wisten dat de suiker niet van de vermeende leverancier LL kwam, maar uit Polen afkomstig was en dat zij betrokken waren bij de onttrekking. De bezwaren van appellanten werden ongegrond verklaard, ondanks dat verweerder niet alle stukken in de bezwaarfase had overgelegd, omdat C reeds bekend was met het dossier uit de strafzaak.
Het beroep werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de navordering van landbouwheffing wordt bevestigd.