ECLI:NL:CBB:2001:AD8621
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen ongegrondverklaring klacht over managementconsultancy door accountants
Appellant diende een klacht in tegen betrokkene, voorzitter van de raad van bestuur van P, wegens het bevorderen van het verrichten van managementconsultancy door accountants die daartoe onvoldoende zijn opgeleid. De raad van tucht verklaarde de klacht ongegrond. Appellant stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College stelde vast dat de klacht niet ziet op het optreden van betrokkene als accountant, maar op zijn handelen als bestuurder. Alleen de mogelijke overtreding van artikel 5 van Pro de Verordening Gedrags- en Beroepsregels Registeraccountants (GBR) was aan de orde. Appellant bracht geen concrete voorbeelden of stukken aan om zijn stellingen te onderbouwen.
Het College oordeelde dat appellant geen aannemelijk bewijs leverde dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De genoemde werkzaamheden van accountants als management consultant vallen onder de GBR, en er waren geen voorbeelden van tekortkomingen of onttrekking aan de regels. Eerdere klachten over soortgelijke werkzaamheden waren ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard.
Daarom verwierp het College het beroep en bevestigde de beslissing van de raad van tucht dat de klacht ongegrond is.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen en de klacht wordt ongegrond verklaard.