ECLI:NL:CBB:2001:AD8633
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen ongegrondverklaring klacht over schending geheimhoudingsplicht door voorzitter raad van bestuur
Appellant diende een klacht in bij de raad van tucht tegen betrokkene, voorzitter van de raad van bestuur van een organisatie, wegens vermeende schending van de geheimhoudingsplicht. De raad van tucht verklaarde de klacht ongegrond. Appellant stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College stelde vast dat de klacht niet zag op het optreden van betrokkene als accountant, maar op zijn handelen als voorzitter van de raad van bestuur, en dat alleen artikel 5 van Pro de Verordening Gedrags- en Beroepsregels Registeraccountants 1994 van toepassing was. Appellant onderbouwde zijn stelling met een anonieme, deels onleesbare brief die naar verluidt van de organisatie afkomstig was, maar de echtheid en inhoud werden betwist en konden niet als bewijs dienen.
Het College verwierp de stelling dat betrokkene leiding zou geven aan of gedogen dat de geheimhoudingsplicht wordt geschonden. Tevens kon een nieuw verwijt dat betrokkene niets zou doen aan onjuiste berichtgeving in de media niet inhoudelijk worden beoordeeld vanwege procesrechtelijke bezwaren. Het beroep werd daarom verworpen en de beslissing van de raad van tucht bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongegrondverklaring van de klacht over schending van de geheimhoudingsplicht is verworpen.