ECLI:NL:CBB:2002:AD9056
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Klacht tegen registeraccountant niet-ontvankelijk wegens overschrijding redelijke termijn
De Staatssecretaris van Financiën diende op 18 maart 1998 een klacht in tegen een registeraccountant over diens handelen in de jaren 1982 tot en met 1985. De raad van tucht verklaarde de klacht op 29 juni 2000 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de termijn voor het indienen van een tuchtklacht pas begint te lopen bij de indiening zelf en dat de periode voorafgaand daaraan buiten beschouwing blijft.
Het College stelt vast dat de feiten waarop de klacht betrekking heeft al lang voor 1993 hebben plaatsgevonden en dat de klager ruim viereneenhalf jaar na 23 augustus 1993 heeft gewacht met het indienen van de klacht. Dit wordt niet gerechtvaardigd geacht, mede vanwege het belang van rechtszekerheid en het feit dat betrokkene niet onbeperkt documenten hoeft te bewaren. Ook het wachten tot de rechtmatigheid van de navorderingsaanslag in rechte was vastgesteld, wordt niet als zorgvuldigheid aangemerkt.
Het College vernietigt de beslissing van de raad van tucht en verklaart de klacht alsnog ongegrond, omdat het niet-ontvankelijk verklaren van een klacht niet is voorzien in de Wet op de Registeraccountants. De klacht wordt dus inhoudelijk niet beoordeeld, maar afgewezen vanwege het overschrijden van de redelijke termijn.
Uitkomst: De klacht tegen de registeraccountant wordt wegens overschrijding van de redelijke termijn ongegrond verklaard.