ECLI:NL:CBB:2002:AE0345
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart beroep ongegrond tegen vergunning biotechnologische handelingen bij dieren
De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft een vergunning gekregen van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor het verrichten van biotechnologische handelingen gericht op het genereren van genetisch gemodificeerde muizen. Vereniging AVS Proefdiervrij maakte hiertegen bezwaar en stelde dat de belangen van de proefdieren onvoldoende waren meegewogen en dat de vergunning in strijd was met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd).
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de Minister en de Commissie biotechnologie bij dieren de belangen van de dieren wel degelijk hebben meegewogen en dat het 'nee, tenzij'-principe correct is toegepast. Het College oordeelde verder dat absolute zekerheid over de gevolgen van de biotechnologische handelingen niet vereist is voor vergunningverlening en dat de vergunningvoorschriften voldoende waarborgen bieden voor het welzijn van de dieren.
De grieven van appellante over de procedurele aspecten, zoals de splitsing van de aanvraag en de mogelijkheid voor deskundigen om kennis te nemen van de informatie, werden eveneens verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor biotechnologische handelingen bij dieren is ongegrond verklaard.