ECLI:NL:CBB:2002:AE0355
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning biotechnologische handelingen bij dieren
De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft een vergunning gekregen voor het verrichten van biotechnologische handelingen, waaronder het vervaardigen van genetisch gemodificeerde muizen. Vereniging AVS Proefdiervrij stelde beroep in tegen deze vergunningverlening door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, stellende dat de belangen van de proefdieren onvoldoende waren meegewogen en dat de vergunning in strijd was met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd).
Het College overwoog dat de Commissie biotechnologie bij dieren (Cbd) en de Minister de belangen van de dieren hebben meegewogen en dat het 'nee, tenzij'-principe adequaat was toegepast. De onzekerheid over de gevolgen van de handelingen voor het welzijn van de dieren vormt geen reden tot weigering, mede omdat de vergunning voorschriften bevat die de gezondheid en het welzijn van de dieren waarborgen.
De grieven van appellante over procedurele tekortkomingen en ethische bezwaren werden niet gegrond bevonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor biotechnologische handelingen bij dieren wordt ongegrond verklaard.