ECLI:NL:CBB:2002:AE0781
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen procedurele verlenging toelating mancozeb-houdende bestrijdingsmiddelen
De Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie en Stichting Natuur en Milieu hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) die de toelatingen van 24 bestrijdingsmiddelen met mancozeb als werkzame stof procedureel verlengden tot 1 december 2004, met uitzondering van Vondozeb DG, verlengd tot 1 december 2002. Tevens werd besloten vliegtuigtoepassingen per 1 december 2001 te beëindigen met een aflever- en opgebruiktermijn.
Verzoeksters betoogden dat de procedurele verlengingen onrechtmatig zijn omdat de toelatingen niet meer aan milieunormen voldoen en dat de toelatinghouders nalatig waren in het aanleveren van noodzakelijke visstudies en adsorptiegegevens. Verweerder en belanghebbenden stelden dat de ontbrekende gegevens niet aan de toelatinghouders zijn toe te rekenen en dat procedurele verlenging gerechtvaardigd is zolang de beoordeling niet is afgerond.
De voorzieningenrechter oordeelde dat voor sommige toepassingen de verlenging onterecht was, met name waar de norm voor vissen wordt overschreden en aanvullende gegevens ontbreken door nalatigheid van toelatinghouders. De schorsing van de verlengingen geldt daarom deels, met name voor toepassingen waarbij de norm wordt overschreden en voor vliegtuigtoepassingen met opgebruiktermijn. Tevens werd geoordeeld dat de verlengingstermijn van drie jaar te lang is en maximaal één jaar had mogen zijn. Het verzoek om voorlopige voorziening werd toegewezen en de besluiten deels geschorst vanaf 3 april 2002.
Uitkomst: De procedurele verlenging van de toelatingen van mancozeb-houdende bestrijdingsmiddelen wordt deels geschorst en de aflever- en opgebruiktermijn voor vliegtuigtoepassingen ongeldig verklaard.