ECLI:NL:CBB:2002:AE6040
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten wegens onjuiste toepassing artikel 4:6 Awb
Appellante heeft meerdere keren een vergunning aangevraagd voor het plaatsen van kansspelautomaten in haar horecagelegenheid, die door verweerder telkens is geweigerd met verwijzing naar eerdere besluiten en het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Verweerder baseerde zich daarbij op artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat stelt dat bij een nieuwe aanvraag zonder nieuwe feiten of omstandigheden het bestuursorgaan kan volstaan met verwijzing naar eerdere afwijzingen.
Het College stelt vast dat de vergunningen jaarlijks worden verleend en dat artikel 4:6 Awb Pro niet van toepassing is bij aanvragen voor een nieuwe periode. Bovendien is de wetgeving omtrent hoog- en laagdrempelige inrichtingen gewijzigd sinds de eerdere besluiten, waardoor de vraag of de inrichting hoogdrempelig is niet definitief beantwoord kan zijn door eerdere besluiten.
Het College oordeelt dat verweerder ten onrechte artikel 4:6 Awb Pro heeft toegepast en dat hij een nieuw onderzoek moet instellen naar de feitelijke exploitatie van de inrichting in het vergunningsjaar, met name of deze als hoogdrempelig kan worden aangemerkt. Bij een positieve uitkomst moet het bezwaar gegrond worden verklaard. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.