ECLI:NL:CBB:2002:AE6337
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregelen en schadevergoeding bij scrapiebesmetting op fokbedrijf
Appellant, houder van een fokbedrijf met schapen en geiten, maakte bezwaar tegen een besluit van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees waarin werd vastgesteld dat een schaap op zijn bedrijf besmet was met scrapie. Verweerder legde maatregelen op waaronder het aanmerken van alle schapen en geiten als verdacht en beperkte de afvoer tot slacht met strikte voorschriften.
Appellant stelde dat het onverantwoord was de dieren in leven te laten vanwege het risico op verspreiding en vroeg om doding van de dieren en schadevergoeding. Verweerder verwees naar Europese regelgeving (Verordening 999/2001/EG) en nationale wetgeving (Gezondheids- en welzijnswet voor dieren) die geen verplichting tot preventieve ruiming voorschrijven, maar wel een handelsverbod van minimaal drie jaar na vaststelling van scrapie.
Het College oordeelde dat verweerder binnen zijn beoordelingsruimte handelde door de dieren niet preventief te doden en de afvoer te beperken tot slacht met vernietiging van hoog-risicomateriaal. De maatregelen voldoen aan actuele wetenschappelijke inzichten en communautaire regelgeving. Ook is schadevergoeding op grond van de Gwd niet verschuldigd omdat de schade voortvloeit uit maatregelen op basis van artikel 29 Gwd Pro, waarvoor geen vergoeding is voorzien.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot aanmerken van dieren als verdacht en beperking van afvoer wordt ongegrond verklaard.