ECLI:NL:CBB:2002:AE6504
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging gebruiksvoorschrift bestrijdingsmiddel Laddok N en ontvankelijkheid beroep
In deze zaak staat de vraag centraal of de wijziging van het wettelijk gebruiksvoorschrift van het bestrijdingsmiddel Laddok N, waarbij het verbod op gebruik in grondwaterbeschermingsgebieden is geschrapt, kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellanten, waaronder VEWIN en diverse waterleidingbedrijven, maakten bezwaar tegen deze wijziging en stelden dat het verbod op gebruik in grondwaterbeschermingsgebieden via provinciale milieuverordeningen is gecontinueerd, zodat de schrapping een rechtsgevolg heeft en dus een besluit vormt. Verweerder stelde dat het wijzigingsbesluit slechts een opschoning betrof zonder rechtsgevolg, omdat de grondwaterbeschermingsgebieden zoals bedoeld in de Wet bodembescherming sinds 1993 niet meer bestaan en de bescherming is overgenomen door de Wet milieubeheer.
Het College oordeelde dat de schrapping van het gebruiksverbod geen besluit is in de zin van art. 1:3 Awb Pro, omdat het verbod sinds de wetswijziging juridisch betekenisloos was geworden. De wijziging bracht geen verandering in het gebruiksregime van het middel. Het beroep van appellanten werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van het gebruiksvoorschrift van Laddok N wordt ongegrond verklaard omdat de schrapping geen besluit in de zin van art. 1:3 Awb is.