ECLI:NL:CBB:2002:AE6750
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt gegrondverklaring tuchtrechtelijke klachten tegen registeraccountant en legt schriftelijke waarschuwing op
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 15 augustus 2002 uitspraak gedaan in twee samenhangende beroepszaken tegen een beslissing van de raad van tucht voor registeraccountants te Amsterdam. De klachten betroffen vermeende schendingen van gedrags- en beroepsregels door een registeraccountant.
De raad van tucht had de klachten 1 tot en met 4 gegrond verklaard en een berisping opgelegd, terwijl klacht 5 ongegrond werd bevonden. Zowel klagers als betrokkene gingen in beroep tegen delen van deze beslissing. Het College heeft de klachtenstructuur, het recht op verdediging en de motivering van de raad van tucht nauwkeurig getoetst.
Het College oordeelde dat de klacht voldoende duidelijk was geformuleerd en dat betrokkene voldoende gelegenheid had gehad tot verweer. Wel concludeerde het College dat de motivering van de raad van tucht onvoldoende concreet was over welke gedragingen de schendingen van de gedragsregels betroffen. Dit leidde tot vernietiging van de bestreden beslissing.
Na inhoudelijke beoordeling van het verweer en de feiten stelde het College vast dat betrokkene zich niet kritisch genoeg had opgesteld ten aanzien van de onderzoeksopdracht en dat hij de grenzen van zijn opdracht had moeten bewaken. Het College verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, verwierp het beroep van klagers en legde een schriftelijke waarschuwing op als passende maatregel.
Uitkomst: Het beroep van de registeraccountant is gegrond verklaard en een schriftelijke waarschuwing opgelegd.