ECLI:NL:CBB:2002:AF0358
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering compensatie herplantplicht op oude bosbodem
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij dat het bezwaar tegen de weigering tot compensatie van de herplantplicht ongegrond verklaarde. De herplantplicht hield in dat gekapte houtopstanden binnen drie jaar herplant moesten worden, tenzij toestemming werd gegeven om elders te herplanten. Verweerder had de compensatie geweigerd omdat het perceel waarop herplanting werd gevraagd een oude bosbodem betrof, die kwalitatief beter was dan het aangeboden grasland.
Het College stelde vast dat het primaire besluit van gedeputeerde staten was genomen op basis van een ongeldig mandaat, waardoor het besluit aan de directeur van het Staatsbosbeheer moest worden toegerekend. Verweerder had dit gebrek niet adequaat behandeld, zodat het beroep gegrond werd verklaard en het besluit op dat punt werd vernietigd.
Inhoudelijk oordeelde het College dat de weigering tot compensatie terecht was, omdat het perceel een oude bosbodem betrof en het aangeboden compensatieperceel van mindere kwaliteit was. De stelling van appellante dat het perceel tijdelijk als landbouwgrond was gebruikt, was onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep op bijzondere omstandigheden en het vertrouwen op mededelingen van ambtenaren werden verworpen. De procedure was lang en verwarrend, maar appellante had geen rechtsmiddelen tegen de termijnoverschrijding benut.
Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor het mandaatgebrek en handhaafde de weigering tot compensatie op inhoudelijke gronden. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van compensatie herplantplicht wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, maar inhoudelijk bevestigd.