ECLI:NL:CBB:2002:AF0460
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing legalisatie en uitbreiding pluimveerechten onder de Meststoffenwet
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist appellant het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij waarin het bezwaar tegen een afwijzing van een melding pluimveerechten werd ongegrond verklaard. Het geschil draait om de vraag of de revisievergunning van 15 september 1998, die een verhoging van het aantal vleeskuikens van 38.000 naar 50.000 toestaat, kwalificeert als een vergroting van het aantal dieren in de zin van artikel 58k van de Meststoffenwet.
De Minister stelde dat het ging om een legalisatie van een reeds bestaande situatie en niet om een uitbreiding, omdat de revisievergunning niet leidde tot een groter aantal dieren dan op grond van de oude vergunning was toegestaan. Het College oordeelde echter dat de wet verwijst naar het feitelijk gehouden aantal dieren in het referentiejaar en niet naar het vergunde aantal dieren. Dit betekent dat de revisievergunning wel degelijk kan worden aangemerkt als een vergroting, mits het aantal dieren met ten minste 10% is toegenomen ten opzichte van het referentiejaar.
Het College vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de Minister opnieuw moet beslissen, waarbij rekening moet worden gehouden met de juiste interpretatie van artikel 58k. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van een correcte toepassing van de hardheidsregeling binnen het stelsel van pluimveerechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Minister opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de juiste wettelijke interpretatie.