ECLI:NL:CBB:2002:AF1179
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geen bezwaar voor oprichting besloten vennootschap wegens criminele antecedenten beleidsbepalers
Appellante verzocht om een verklaring van geen bezwaar voor de oprichting van een besloten vennootschap (B). De Minister van Justitie weigerde deze verklaring op grond van criminele antecedenten van twee beleidsbepalende personen, K en L, betrokken bij de vennootschap. K had een transactie aanvaard wegens belastingfraude en L was gedagvaard wegens verdenking van invoer van een grondstof voor synthetische drugs.
Het College stelde vast dat K en L als beleidsbepalers van B konden worden aangemerkt, mede vanwege hun aandeelhouderschap en betrokkenheid bij de moedervennootschap appellante. De criminele antecedenten van beiden werden relevant geacht voor de beoordeling van de betrouwbaarheid en integriteit, zoals voorgeschreven in de Richtlijnen 1986.
Appellante voerde aan dat de transactie van K niet in de Richtlijnen was genoemd en dat L was vrijgesproken. Het College oordeelde dat de transactie wel relevant was en dat de vrijspraak van L niet leidde tot een ander oordeel vanwege het lopende hoger beroep van het Openbaar Ministerie.
Het College concludeerde dat het gevaar bestond dat B voor ongeoorloofde doeleinden zou worden gebruikt en dat de weigering van de verklaring van geen bezwaar terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verklaring van geen bezwaar voor oprichting van de besloten vennootschap wordt ongegrond verklaard.