ECLI:NL:CBB:2002:AF1530
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing energie-investeringsaftrek wegens niet-tijdige aanmelding
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarin haar verzoek om een energieverklaring voor een gasgestookt HR-frituurtoestel werd afgewezen wegens niet-tijdige aanmelding. De kern van het geschil betrof de vraag wanneer de investeringsverplichting was aangegaan: op de datum van ondertekening van het orderformulier door C op 20 september 2000, of op het moment van de aanbetaling door appellante op 7 november 2000.
Het College oordeelde dat de datum van ondertekening van het orderformulier de datum van het aangaan van de verplichting vormt. Dit oordeel steunde op het feit dat C bevoegd was namens appellante te handelen en dat het orderformulier was gericht aan de snackbar die eigendom was van appellante. Ook de aanbetaling bevestigde dat appellante de verplichting was aangegaan. Appellante had geen aannemelijke verklaring gegeven voor haar standpunt dat de verplichting pas later was overgenomen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Het College achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige aanmelding binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting voor het verkrijgen van de energie-investeringsaftrek.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige aanmelding van de energie-investering.