ECLI:NL:CBB:2001:AB2626
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid energie-investeringsaftrek voor actieve kathoden
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarin werd bepaald dat investeringen in actieve kathoden die vóór 16 maart 1998 zijn besteld niet in aanmerking komen voor energie-investeringsaftrek wegens overschrijding van de aanmeldingstermijn van drie maanden.
Het geschil spitst zich toe op het moment waarop de investeringsverplichtingen zijn aangegaan. Appellante stelt dat dit pas op 29 mei 1998 was, bij ondertekening van de definitieve overeenkomst, en dat eerdere betalingen voorlopige financieringen waren. Verweerder betoogt dat reeds vóór die datum bestellingen, leveringen en betalingen plaatsvonden, waarmee de verplichtingen feitelijk waren aangegaan.
Het College stelt vast dat verweerder bevoegd is om te beoordelen of de investeringsverplichtingen tijdig zijn gemeld en dat appellante niet heeft aangetoond dat de verplichtingen pas op 29 mei 1998 zijn aangegaan. Het feit dat er al leveringen en betalingen waren en dat afspraken over garanties en prijzen grotendeels vaststonden, leidt tot de conclusie dat de verplichtingen eerder zijn aangegaan.
Daarom is de aanvraag niet binnen de wettelijk gestelde termijn van drie maanden ingediend en is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de investeringsverplichtingen vóór 29 mei 1998 zijn aangegaan en de melding niet tijdig is gedaan.