ECLI:NL:CBB:2003:AF4088
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsregeling bij pluimveerecht op grond van Meststoffenwet
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij waarin het bezwaar van appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor toepassing van hardheidsgeval 1 bij het pluimveerecht werd afgewezen. De wetgeving omtrent pluimveerechten is vastgelegd in de Meststoffenwet, waarbij de hoeveelheid dierlijke mest afkomstig van kippen en kalkoenen wordt begrensd op het niveau van vóór 1998.
Appellant stelde dat hij in aanmerking kwam voor de hardheidsregeling omdat hij onomkeerbare investeringsverplichtingen had gedaan door het niet verkopen maar aanhouden van vrijkomend mestproductierecht, passend binnen de geest van de wet. Het College oordeelde echter dat de wetgever duidelijke toetsingscriteria heeft gesteld, waaronder het beschikken over milieu- en bouwvergunningen of meldingen in een bepaald tijdvak, waaraan appellant niet voldeed.
Verder werd geoordeeld dat de berekening van het pluimveerecht rechtstreeks uit de wet voortvloeit en dat besluiten hierover geen bestuursbesluiten zijn waartegen beroep bij de bestuursrechter openstaat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de berekening niet-ontvankelijk. Het College zag geen aanleiding tot toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit over de toepassing van de hardheidsregeling bij het pluimveerecht wordt ongegrond verklaard.