ECLI:NL:CBB:2003:AF5720
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking en niet-verlenging toelating houtimpregneermiddelen
De Vereniging van Houtimpregneerbedrijven in Nederland (appellante) heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (verweerder) waarin de toelating van verschillende houtimpregneermiddelen is ingetrokken of niet verlengd. Appellante stelde zich op het standpunt dat zij bezwaar had gemaakt tegen deze primaire besluiten, maar het College stelde vast dat het bezwaarschrift waarnaar appellante verwees niet namens haar was ingediend.
Het College heeft partijen verzocht toestemming te geven voor het achterwege laten van een zitting, waarna het onderzoek werd gesloten. Uit de stukken bleek dat appellante niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen de primaire besluiten van 31 augustus en 14 september 2001, ondanks dat zij bekend was met de inhoud daarvan. Het College concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat haar redelijkerwijs niet kon worden verweten dat zij geen bezwaar had gemaakt.
Gelet hierop verklaarde het College de beroepen van appellante niet-ontvankelijk. Tevens liet het College in het midden of appellante als belanghebbende kon worden aangemerkt, omdat ook in dat geval de beroepen niet-ontvankelijk zouden zijn. Er werden geen proceskosten aan appellante opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter J.A. Hagen op 25 februari 2003.
Uitkomst: Het beroep van de Vereniging van Houtimpregneerbedrijven wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een tijdig bezwaar.