ECLI:NL:CBB:2003:AF8094
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- W.E. Doolaard
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling exclusiviteitsclausule en bestemmingsplan in mededingingsrechtelijke context
In deze zaak stond centraal de vraag of de gemeente Venlo en Schreurs Oliemaatschappij B.V. zich schuldig maakten aan verboden mededingingspraktijken door het opnemen en handhaven van een exclusiviteitsclausule in erfpacht- en koopovereenkomsten en het bestemmingsplan voor het bedrijventerrein Trade Port West.
Appellante, Van Vollenhoven Olie B.V., voerde aan dat de clausule en het bestemmingsplan de mededinging onrechtmatig beperken en dat de gemeente als onderneming in strijd met artikel 6 en Pro 24 van de Mededingingswet zou handelen. Het College concludeerde dat het gemeentelijk handelen bij de vaststelling en handhaving van het bestemmingsplan een uitoefening van overheidsprerogatieven betreft en daarmee buiten het toepassingsgebied van de Mededingingswet valt.
Verder werd geoordeeld dat de exclusiviteitsclausule in koop- en erfpachtovereenkomsten sinds 1 januari 1998 geen zelfstandig rechtsgevolg meer heeft, omdat het bestemmingsplan het vestigen van motorbrandstofverkooppunten aan anderen dan Schreurs uitsluit. Het College verwierp tevens de stelling dat sprake was van misbruik van economische machtspositie of strijd met Europese mededingingsregels.
De uitspraak bevestigt het eerdere vonnis van de rechtbank Rotterdam dat het besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van 9 juli 1999 in stand blijft, waarmee het bezwaar van appellante ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van Van Vollenhoven Olie B.V. wordt ongegrond verklaard en het besluit van de directeur-generaal van de NMa blijft in stand.