ECLI:NL:CBB:2003:AF8398
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen overdracht varkensrechten plaatsvond wegens niet-bestaand bedrijf na grondoverdracht
Appellante diende beroep in tegen het besluit van verweerder dat de registratie van de overgang van varkensrechten van appellante naar E weigerde. De kern van het geschil betrof de vraag of appellante na overdracht van landbouwgrond aan C nog beschikte over verhandelbare fokzeugenrechten die zij aan E kon overdragen.
De Meststoffenwet en de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) bevatten definities en regels omtrent bedrijf, landbouwgrond en varkensrechten. Na overdracht van 18.38 ha landbouwgrond aan C op basis van pacht, en de daaropvolgende terugboeking van die grond, ontstond discussie over het voortbestaan van het bedrijf van appellante en de registratie van mestnummers.
Verweerder stelde dat het bedrijf van appellante door de overdracht van rechtswege was opgehouden te bestaan, waardoor geen verhandelbare fokzeugenrechten meer bestonden. Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende wettelijke gronden had voor dit standpunt en dat de uitvoeringspraktijk met mestnummers niet doorslaggevend was. Echter, op grond van artikel 19 Whv Pro kon geen overgang van varkensrechten worden geregistreerd omdat appellante sinds de overdracht niet meer beschikte over niet-gebonden mestproductierechten.
Het beroep werd gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering van het bestreden besluit, maar het College gaf een vervangende motivering die tot handhaving van de weigering leidde. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en appellante kreeg vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering, maar de weigering tot registratie van de overgang van varkensrechten wordt gehandhaafd.