ECLI:NL:CBB:2003:AG1650
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid College van Beroep inzake registratie grondgebruiksverklaring Meststoffenwet
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van 9 april 2002 waarbij zijn bezwaar tegen de niet-registratie van een grondgebruiksverklaring wegens onvolledige invulling niet-ontvankelijk werd verklaard. De grondgebruiksverklaring betreft landbouwgrond die bij het bedrijf in gebruik is en is relevant voor de heffing van mineralenbelasting onder de Meststoffenwet.
De regelgeving was op het moment van indiening van het formulier gebaseerd op een smalle wettelijke grondslag (oud artikel 53 Meststoffenwet Pro) die uitsluitend betrekking had op hoofdstuk IV van de Wet en de daarbij behorende mineralenheffingen. De inspecteur van verweerder was bevoegd om besluiten te nemen en had deze bevoegdheid gemandateerd aan divisiemanagers.
Het College oordeelde dat het niet bevoegd was om kennis te nemen van het beroep tegen het besluit tot niet-registratie, omdat dit besluit geen voor bezwaar en beroep vatbaar besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en het College volgens vaste jurisprudentie niet bevoegd is om te oordelen over besluiten van de inspecteur in het kader van hoofdstuk IV van de Meststoffenwet. De zaak werd daarom doorverwezen naar het gerechtshof te Leeuwarden. Tevens werd bepaald dat het betaalde griffierecht door verweerder aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het College verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar het gerechtshof, met terugbetaling van het griffierecht aan appellant.