2. Overwegingen
2.1 Gelet op de overlegging - alsnog - van de in de vorige alinea bedoelde stukken staat het College thans allereerst voor de vraag of de beperking van de kennisneming van het preadvies van de projectadviseur en het standaardformulier van een adviseur van de toenmalige Novem in dit geding gerechtvaardigd is.
2.2 Ingevolge artikel 8:29, eerste lid, Awb kan een partij bij het overleggen van stukken het College mededelen dat uitsluitend het College van die stukken kennis zal mogen nemen.
Uit het derde lid van dit artikel volgt dat het College beslist of zodanige beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. De omstandigheid dat een bestuursorgaan een verzoek om informatie op grond van de algemene openbaarmakingsregeling zou kunnen afwijzen is niet zonder meer doorslaggevend in een procedure tussen partijen. Daartoe is een afzonderlijke toets op "gewichtige redenen" vereist.
Het College dient, naar mede blijkt uit de Memorie van Toelichting bij de Awb, bij toepassing van evengenoemd wettelijk voorschrift een op de voorliggende zaak toegesneden beslissing te nemen op grond van een afweging van de ter zake dienende belangen, waarbij er op moet worden toegezien dat het evenwicht tussen de posities van partijen niet wordt verstoord. In dit verband heeft als uitgangspunt te gelden dat partijen over en weer zoveel mogelijk beschikken over relevante informatie om de door hen gewenste positie in de procedure in te nemen, alsmede dat de rechter beschikt over alle informatie die nodig is om de hem voorgelegde zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Een uitzondering op voormeld uitgangspunt is aan de orde, indien de bescherming van het belang dat bepaalde gegevens niet, althans in beperkte mate openbaar worden, zulks vergt.
Gelet op het voorgaande biedt hetgeen verweerder heeft aangevoerd geen grond voor een geslaagd beroep op beperking van de kennisneming van het preadvies en het standaard-formulier. Hierbij neemt het College in aanmerking dat verweerder ter motivering van zijn verzoek om beperkte kennisneming van voornoemde stukken slechts heeft aangevoerd dat sprake is van stukken, opgesteld ten behoeve van intern beraad, met daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.
Dit kan, in het licht bezien van hiervoor weergegeven normatief kader, geen argument opleveren voor een geslaagd beroep op beperkte kennisneming. Tenslotte neemt het College in aanmerking dat is gesteld noch gebleken dat kennisneming van die stukken door appellanten de belangen van derden, de projectadviseur en de Novem-adviseur daaronder begrepen, zou kunnen schaden. Gelet hierop valt niet in te zien dat de belangen van verweerder zwaarder wegen dan het belang van appellanten om inzage in die stukken te krijgen.
2.3 Het verzoek om beperking van de kennisneming van het preadvies en het standaardformulier dient derhalve bij deze tussenbeslissing te worden afgewezen.
Conform artikel 6, zesde lid, van zijn procesregeling zal het College bedoeld preadvies en standaardformulier aan verweerder doen terugzenden. Verweerder wordt in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na verzending van deze beslissing het preadvies en het standaardformulier alsnog als voor appellanten toegankelijke gedingstukken in te brengen. Vervolgens zullen appellanten in de gelegenheid worden gesteld om te reageren, en zal de procedure worden voortgezet teneinde een beslissing op het ingestelde beroep te nemen.
Mitsdien wordt beslist als volgt.