ECLI:NL:CBB:2003:AH9185
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen subsidiebesluiten op grond van het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie
Appellante heeft beroep ingesteld tegen twee subsidiebesluiten van 16 juli 2002, waarbij haar bezwaren tegen de gedeeltelijke afwijzing van haar subsidieaanvragen op grond van het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie werden behandeld. De kern van het geschil betreft de vaststelling van het uurtarief van de directeur van appellante, die als zelfstandig ondernemer wordt aangemerkt, en de hoogte van de toegekende subsidiebedragen.
Verweerder heeft bij de berekening van de projectkosten het uitgangspunt gehanteerd van 1.600 productieve uren per jaar, conform artikel 4 van Pro het Besluit. Appellante betoogt dat dit aantal uren onrealistisch is vanwege haar vele niet-projectgerelateerde werkzaamheden en stelt een lager aantal van 1.200 uren voor. Tevens beroept zij zich op artikel 4, derde lid, van het Besluit voor een afwijkende methodiek bij de berekening van het uurloon.
Het College oordeelt dat het uitgangspunt van 1.600 productieve uren niet onredelijk is en dat de werkzaamheden van acquisitie en het bijwonen van congressen binnen deze uren kunnen worden meegenomen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Ook het beroep op artikel 4, derde lid, faalt omdat appellante niet als een kennisinstelling of vergelijkbare organisatie kan worden aangemerkt. Ten slotte is het College van oordeel dat verweerder terecht het maximumbedrag aan subsidie niet heeft verhoogd, aangezien de Uitvoeringsregeling geen ruimte biedt voor overschrijding van de vastgestelde maxima.
Gelet op deze overwegingen verklaart het College de beroepen ongegrond en wijst het de verzoeken van appellante af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de subsidiebesluiten blijven in stand.