ECLI:NL:CBB:2003:AH9726
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- E.J.M. Heijs
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit landbouwheffing rozijnen wegens onvoldoende motivering
Appellante sub 1 heeft negen aangiften ten invoer van rozijnen gedaan in de periode maart tot juli 1999. Verweerder legde bij besluit van 7 februari 2000 een landbouwheffing van f 37.607,80 op wegens niet-controleerbare invoerprijzen, waardoor de maximale heffing werd toegepast. Appellant sub 2 maakte namens appellante bezwaar tegen dit besluit, waarna verweerder het bezwaar ongegrond verklaarde.
Tijdens de procedure heeft appellante stukken overgelegd, waaronder inkoopfacturen, bankafschriften en bewijs van contante betalingen, om aan te tonen dat de betalingen van de invoer daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. Verweerder stelde echter dat de stukken onvoldoende waren om de betalingen te controleren, zonder per aangifte concreet aan te geven waarom dit zo was.
Het College oordeelt dat appellant sub 2 niet-ontvankelijk is omdat hij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Het beroep van appellante sub 1 wordt gegrond verklaard omdat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, in strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb. Het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2 is niet-ontvankelijk verklaard; het beroep van appellante sub 1 is gegrond verklaard en het besluit vernietigd.