ECLI:NL:CBB:2003:AH9728
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke erkenning exporteur meststoffen en communautaire handelsbeperkingen
Mestpro B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om haar niet als erkende exporteur van onbewerkte nertsenmest te erkennen, terwijl zij wel erkend is als tussenpersoon. De Meststoffenwet en het Besluit erkennen uitsluitend exporteurs van onbewerkte pluimveemest, waardoor nertsenmest niet als rechtens relevante mestafzet wordt beschouwd. Mestpro betoogt dat deze beperking in strijd is met het Europese recht, met name richtlijn 92/118/EEG, en dat het nationale stelsel een ongerechtvaardigde kwantitatieve uitvoerbeperking vormt.
Het College constateert dat de Meststoffenwet en het Besluit inderdaad alleen onbewerkte pluimveemest erkennen en dat export van nertsenmest niet wordt beperkt als zodanig, maar niet als relevante mestafzet wordt erkend. Verweerder wijst op de anticipatie op Europese verordeningen, waaronder verordening 1774/2002, die het handelsverkeer in niet-verwerkte mest van andere diersoorten dan pluimvee verbiedt. Het College vraagt verweerder om nadere schriftelijke beantwoording van vragen over de verhouding tussen nationale regelgeving en Europese voorschriften, de gevolgen voor de exportkosten en de kwalificatie van het stelsel als handelsbeperking.
Het College benadrukt dat het nationale stelsel van mestafzetovereenkomsten niet bedoeld is als kwantitatieve uitvoerbeperking, maar om milieubelasting te reguleren en gezondheidsrisico's te beheersen. Het onderzoek wordt heropend om de standpunten van verweerder nader te toetsen en appellante in de gelegenheid te stellen daarop te reageren, waarna een definitieve beslissing volgt.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en verweerder wordt verzocht nadere schriftelijke antwoorden te geven, waarna appellante kan reageren en een beslissing volgt.