ECLI:NL:CBB:2003:AI0086
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van nationale toelatingsvoorwaarden voor bestrijdingsmiddelen op basis van steenkoolteeroliedestillaat in het licht van de Stoffenrichtlijn en Biocidenrichtlijn
Appellanten, bestaande uit verschillende bedrijven die bestrijdingsmiddelen op basis van steenkoolteeroliedestillaat produceren, stelden beroep in tegen besluiten van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen die hun bezwaren ongegrond verklaarden. De kern van het geschil betreft de vraag of de Stoffenrichtlijn (Richtlijn 76/769/EEG) een uitputtend regime vormt dat lidstaten verbiedt aanvullende nationale voorwaarden te stellen voor het op de markt brengen en gebruik van de in bijlage I genoemde stoffen, waaronder steenkoolteeroliedestillaat.
Het College overwoog dat de Stoffenrichtlijn beperkingen bevat die slechts minimumvoorwaarden zijn en dat nationale regelgeving, zoals de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, aanvullende eisen kan stellen. De Biocidenrichtlijn harmoniseert de toelating van biociden, maar laat nationale regelgeving gedurende een overgangsperiode van tien jaar toe. Het College constateerde dat de bestreden besluiten niet vallen onder door de Europese Commissie goedgekeurde afwijkingen en dat de vraag naar het uitputtende karakter van de Stoffenrichtlijn daarom relevant is.
Het College verklaarde appellanten sub 8 en 9 niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Voor de overige appellanten heropende het College het onderzoek en legde het prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de vraag of de Stoffenrichtlijn het toestaat dat lidstaten aanvullende voorwaarden stellen aan de toelating van biociden waarvan de werkzame stof in bijlage I is opgenomen. De verdere beslissing werd aangehouden in afwachting van het prejudiciële oordeel.
Uitkomst: Het College heropent het onderzoek en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de toelating van biociden met werkzame stoffen uit bijlage I van de Stoffenrichtlijn.