ECLI:NL:CBB:2003:AI0105
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- B. Verwayen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking varkensrechten wegens interpretatie hardheidsbepaling
Verzoekster, een maatschap actief in de varkenshouderij, kreeg haar geregistreerde varkensrechten ingetrokken door de Staatssecretaris van Landbouw op grond van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv). De intrekking was gebaseerd op de constatering dat verzoekster niet voldeed aan de 75%-voorwaarde van artikel 9, tweede lid, sub b, Bhv, omdat de locatie met milieuvergunning was verkocht aan een derde.
Verzoekster stelde dat zij wel aan de voorwaarden voldeed, mede doordat zij een stal had gehuurd die aan de 85%-voorwaarde voldeed, en dat de interpretatie van verweerder onjuist was. Zij beriep zich tevens op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel omdat zij sinds 2002 in de veronderstelling verkeerde rechtmatig te handelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitleg van artikel 9 Bhv Pro onduidelijk is en dat de door verzoekster voorgestane interpretatie niet zonder meer onredelijk is. Daarnaast werd vastgesteld dat de intrekking zonder overgangsperiode in strijd is met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waarmee het intrekkingsbesluit werd geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het intrekkingsbesluit van de varkensrechten wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.