ECLI:NL:CBB:2003:AI1082
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering EG-verklaring vakbekwaamheid taxivervoer
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat om een eerder verstrekte EG-verklaring vakbekwaamheid in te trekken. Deze verklaring was verleend op basis van een vermeende vijfjarige periode waarin appellante belast zou zijn geweest met het dagelijks beheer van een taxionderneming.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of appellante daadwerkelijk gedurende de vereiste periode van vijf jaar het dagelijks beheer van een taxionderneming heeft gevoerd. Appellante stelde dat zij sinds medio 1995 als zelfstandig ondernemer en vennoot in een V.O.F. werkzaam was, ondersteund door vennootschapsovereenkomsten en roosterbriefjes. Verweerder betwistte dit en stelde dat de inschrijving in het Handelsregister pas vanaf december 1996 geldig was en dat een overgelegde printscreen geen juiste weergave gaf, mogelijk frauduleus was.
Het College oordeelt dat de overgangsbepaling in artikel 125 van Pro het Besluit personenvervoer 2000 strikt moet worden uitgelegd en dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd dat zij vanaf 1 juli 1996 vijf jaar onafgebroken het dagelijks beheer voerde. De vennootschapsovereenkomst en exploitatieovereenkomst zijn slechts aanvullend bewijs en kunnen het ontbreken van een juiste inschrijving niet compenseren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de EG-verklaring vakbekwaamheid wordt ongegrond verklaard.