ECLI:NL:CBB:2003:AN1235
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inzake algemene vergunning in- en uitvoer paarden
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 11 juni 2002 waarin hun bezwaar tegen een brief van 13 maart 2002 niet-ontvankelijk werd verklaard. In die brief werd meegedeeld dat de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) geen algemene vergunning voor in- en uitvoer van paarden voorziet, en dat voor specifieke paarden een schriftelijke aanvraag bij het RVV-kringkantoor kan worden ingediend.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de brief van 13 maart 2002 een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en of appellanten recht hebben op een algemene vergunning. Het College oordeelt dat de brief slechts informatief is en geen rechtsgevolg heeft, zodat deze niet als besluit kan worden aangemerkt. De Gwd kent geen bevoegdheid toe tot het verlenen van een algemene vergunning voor de in- en uitvoer van paarden.
Appellanten voerden aan dat het verbod op in- en uitvoer in strijd is met Europeesrechtelijke bepalingen en dat zij prejudiciële vragen wilden stellen. Het College acht deze vragen niet relevant voor de beslissing omdat het beroep ongegrond wordt verklaard op grond van het ontbreken van een besluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het College wijst het verzoek om prejudiciële vragen af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de brief geen besluit is en er geen algemene vergunning voor in- en uitvoer van paarden wordt verleend.