ECLI:NL:CBB:2003:AN1237
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bestuursdwang bij standstill-regeling mond- en klauwzeer
Op 22 maart 2001 werd een vrachtwagen van appellant met aanhangwagen, voorzien van gehuurde containerbakken, door de Algemene Inspectiedienst (AID) met bestuursdwang aangehouden en in bewaring gesteld wegens overtreding van de standstill-regeling ter voorkoming van verspreiding van mond- en klauwzeer (mkz). Appellant voerde aan dat het vervoer van compost met de vrachtwagen was toegestaan en dat hij toestemming had van de AID en Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Het College oordeelde dat het vervoer van voertuigen die kennelijk bestemd zijn voor het vervoer van vee, mest of diervoeder verboden was, ongeacht de daadwerkelijke lading. De combinatie werd geacht kennelijk bestemd te zijn voor het vervoer van pluimveemest, mede gelet op het bedrijfslogo en het gebruik van de containers. De bestuursdwang was daarom bevoegd en noodzakelijk.
Appellant stelde verder dat de bestuursdwangbeslissing onrechtmatig was vanwege het late schriftelijk bekendmaken, het ontbreken van mandaat en het vertrouwen op sepot door het Openbaar Ministerie. Het College verwierp deze grieven, oordeelde dat het mandaat achteraf was hersteld, dat het late schriftelijk besluit gelet op de mkz-crisis toelaatbaar was en dat het sepot geen bindend oordeel gaf over de bestuursrechtelijke kwestie.
Verzoek om vergoeding van kosten en schade werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was en geen grond bestond voor vergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestuursdwangbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.