ECLI:NL:CBB:2003:AN8422
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- C.J. Borman
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen ongegronde tuchtklacht tegen registeraccountant inzake scheiding werkzaamheden belastingadviseurs
Appellanten dienden een klacht in bij de raad van tucht tegen F, vestigingsleider en registeraccountant, betreffende werkzaamheden verricht door belastingadviseurs van de vestiging P ten behoeve van A. De raad van tucht verklaarde de klacht ongegrond op 3 december 2002.
In het beroep stelde het College vast dat de werkzaamheden voor A, waaronder het opstellen van jaarstukken, door belastingadviseurs werden verricht en niet onder verantwoordelijkheid van accountants vielen. De stukken uit de periode 1996-1999 bevatten de aanduiding 'Belastingadviseurs' en er was geen accountantsverklaring afgegeven. F had geen vaktechnische verantwoordelijkheid over deze werkzaamheden.
Het College concludeerde dat F niet tuchtrechtelijk aansprakelijk kon worden gesteld voor de door belastingadviseurs verrichte werkzaamheden, mede vanwege de duidelijke en kenbare scheiding tussen accountants en belastingadviseurs binnen de vestiging. Het beroep werd verworpen en de beslissing van de raad van tucht gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongegronde tuchtklacht wordt verworpen en de beslissing van de raad van tucht gehandhaafd.