ECLI:NL:CBB:2003:AN9037
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering uitvoerrestituties kaas wegens niet geleverd bewijs van invoer in derde land
Appellante, Bataafsche Overzee Export Maatschappij B.V., maakte bezwaar tegen de intrekking en terugvordering van uitvoerrestituties voor kaas geëxporteerd naar Bulgarije. Verweerder had de restituties ingetrokken op grond van het ontbreken van bewijs dat de kaas daadwerkelijk in Bulgarije was ingevoerd, mede gebaseerd op een onderzoek van de FIOD dat stelde dat de goederen op papier naar Bulgarije gingen maar in werkelijkheid in Griekenland werden afgezet.
Het College overwoog dat de door appellante overgelegde Bulgaarse invoerdocumenten niet als bewijs van invoer konden dienen, omdat deze aangaven dat de goederen tijdelijk waren ingevoerd met het oog op wederuitvoer. Appellante leverde geen ander bewijs van invoer. De door haar aangevoerde verklaringen en enquêteformulieren waren onvoldoende concreet om het bewijs te leveren dat de kaas daadwerkelijk in Bulgarije op de markt was gebracht.
Appellante voerde aan dat zij te goeder trouw was, dat de nationale autoriteiten onzorgvuldig hadden gehandeld en dat het besluit in strijd was met het vertrouwensbeginsel en het EVRM. Het College verwierp deze grieven, stellende dat appellante zelf verantwoordelijk was voor het overleggen van de juiste documenten en dat het onzorgvuldig handelen van verweerder niet ernstig genoeg was om terugvordering te weigeren. Ook het beroep op het tijdsverloop en de beginselen van redelijkheid en billijkheid faalden.
Het College concludeerde dat de restitutie onverschuldigd was betaald en dat verweerder bevoegd was deze terug te vorderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van uitvoerrestituties wordt ongegrond verklaard.