ECLI:NL:CBB:2003:AN9049
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering van uitvoerrestituties bij kaasexport naar derde landen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot intrekking en terugvordering van restituties die waren toegekend bij uitvoer van kaas naar Bulgarije. Verweerder had de restituties ingetrokken omdat het bewijs van invoer in Bulgarije niet was geleverd; de goederen waren volgens onderzoek van de AID op de Griekse markt afgezet.
Het College overweegt dat restituties slechts betaald mogen worden als aan de voorwaarden van de relevante verordeningen is voldaan, waaronder het leveren van bewijs van invoer in het derde land. De door appellante overgelegde documenten bevatten een code die aangaf dat de goederen tijdelijk waren ingevoerd met de bedoeling tot wederuitvoer, waardoor het bewijs niet is geleverd.
Appellante voerde aan dat zij vertrouwen mocht ontlenen aan de definitieve betaling en het vooraf ingewonnen advies, en dat het tijdsverloop tot intrekking in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Het College oordeelt echter dat appellante al in 1993 op de hoogte was van mogelijke wederinvoer en dat het vertrouwensbeginsel niet strekt tot het ontlenen van een recht op definitieve betaling bij kennelijk onjuiste documenten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde restituties is rechtmatig. Het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de intrekking en terugvordering van restituties wordt ongegrond verklaard.