ECLI:NL:CBB:2003:AN9793
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over schadevergoeding vernietigde melk op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit waarbij verweerder een tegemoetkoming in de schade wegens vernietigde melk had vastgesteld op een lager bedrag dan de door een beëdigd deskundige vastgestelde waarde. Verweerder had de tegemoetkoming gebaseerd op artikel 91 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl appellante meende dat artikel 86 van Pro toepassing was en dat de waarde zoals vastgesteld in het taxatieformulier onverkort moest worden uitgekeerd.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of verweerder de waarde van de vernietigde melk, zoals vastgelegd in het door beide partijen ondertekende taxatieformulier, mocht corrigeren met factoren zoals fabrieksverevening en superheffing die ten tijde van de taxatie niet bekend waren. Het College oordeelde dat het taxatieformulier een definitieve waardevaststelling inhoudt waaraan verweerder gebonden is, tenzij sprake is van onjuiste gegevens.
Verweerder mocht niet terugkomen op de toezegging in het taxatieformulier en de lagere tegemoetkoming was in strijd met het vertrouwensbeginsel. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van het oordeel van het College.