ECLI:NL:CBB:2005:AS5285
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Vergoeding vernietigde melk op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellant, een melkveehouder met locaties in X en Y, kreeg tijdens de MKZ-uitbraak te maken met vernietiging van melk vanwege vervoersverboden en besmettingsmaatregelen. De minister kende een vergoeding toe op grond van artikel 91 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd), waarbij de vergoeding werd berekend op basis van marktwaarde binnen het melkquotum en productiekosten voor overschrijdingsmelk.
Appellant betwistte de hoogte en wijze van berekening van de vergoeding, met name voor locatie Y, en voerde schending van het gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel en motiveringsbeginsel aan. Hij stelde dat de vergoeding te laag was en dat alle vernietigde melk tegen de marktprijs vergoed moest worden.
Het College oordeelde dat de minister zijn bevoegdheid op grond van artikel 91 Gwd Pro niet onredelijk heeft uitgeoefend. Het beleid van de minister om vergoeding te baseren op marktwaarde binnen het quotum en productiekosten voor overschrijdingsmelk is passend en niet kennelijk onredelijk. De bijzondere omstandigheden van locatie Y rechtvaardigen geen afwijking van dit beleid. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de minister heeft de vergoeding van schade op redelijke wijze vastgesteld.