ECLI:NL:CBB:2003:AO1000
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bestuursdwang bij doding van biggen ter voorkoming verspreiding mond- en klauwzeer
Op 13 maart 2001 werden 129 biggen van appellanten door bestuursdwang gedood omdat zij vervoerd werden in strijd met een tijdelijk vervoersverbod voor evenhoevige dieren, ingesteld ter voorkoming van verspreiding van mond- en klauwzeer (mkz). Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en voerden onder meer aan dat de bestuursdwang onbevoegd en disproportioneel was en dat zij recht hadden op schadevergoeding.
Het College oordeelt dat verweerder bevoegd was het vervoersverbod in te stellen en bestuursdwang toe te passen op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en Europese regelgeving, ook al was in Nederland nog geen mkz-besmetting vastgesteld. De bestuursdwang was noodzakelijk en proportioneel gezien de ernst van mkz, de lange incubatietijd en het risico op verspreiding.
Alternatieven zoals isolatie of vaccinatie waren niet haalbaar of toegestaan. Het College acht het niet onrechtmatig dat appellanten geen schadevergoeding ontvangen, omdat de maatregel in het algemeen belang was en niet in strijd met het EVRM. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestuursdwangbesluit tot doding van 129 biggen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.