ECLI:NL:CBB:2003:AO1023
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- C.J. Borman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar landbouwheffing wegens vermeende termijnoverschrijding
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Belastingdienst waarin haar bezwaar tegen een uitnodiging tot betaling (utb) landbouwheffing niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het bestreden besluit dateert van 9 september 1998 en betrof een utb van 11 september 1997. Verweerder stelde dat de utb op de dag van het besluit was verzonden, waardoor de termijn was verstreken.
Het College stelde vast dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd dat de utb daadwerkelijk op de vermelde datum was verzonden. De enveloppen waren niet aangetekend verzonden en het memo van de behandelend ambtenaar gaf twijfel over de juiste verzending. Hierdoor was de bekendmaking niet aannemelijk en was de termijn voor bezwaar pas aangevangen bij de latere toezending van een kopie op 19 mei 1998.
Appellante had vervolgens binnen zes weken na ontvangst van die kopie bezwaar gemaakt, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op opnieuw te beslissen op het bezwaar, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten ten gunste van appellante.
Het verzoek om schadevergoeding kon pas worden beoordeeld na een nieuwe beslissing op het bezwaar. Het College wees erop dat verweerder dit aspect in de nieuwe beslissing dient mee te wegen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs van tijdige verzending van de uitnodiging tot betaling.