ECLI:NL:CBB:2003:AO1103
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering subsidie EG-steunverlening akkerbouwgewassen wegens blijvend grasland
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaar werd afgewezen tegen de weigering van subsidie voor akkerbouwgewassen. De subsidieaanvraag betrof een perceel waarvan een deel niet aan de definitie van akkerland voldeed omdat het volgens controle als blijvend grasland werd aangemerkt.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het betwiste deel van het perceel in de periode 1987 tot en met 1991 als grasland was gebruikt, wat volgens de bindende definitie in de EG-verordeningen kwalificeert als blijvend grasland. Appellant voerde aan dat het om tijdelijk grasland ging en dat de ruilverkaveling in 1993 het perceel als akkerland had bestempeld, maar dit werd door het College verworpen.
Het College oordeelde dat de definitie van blijvend grasland uit de EG-verordeningen leidend is en dat de voorwaarden voor vervanging van percelen niet waren vervuld. Ook eerdere subsidieverleningen aan appellant voor hetzelfde perceel binden de verweerder niet bij de beoordeling van de nieuwe aanvraag. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van subsidie wordt ongegrond verklaard omdat het betwiste perceel als blijvend grasland wordt aangemerkt.