ECLI:NL:CBB:2003:AO1114
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning beroepsgoederenvervoer wegens onvoldoende kredietwaardigheid
Appellante, V.o.f. Joda Transport, kreeg haar vergunningen voor beroepsgoederenvervoer ingetrokken omdat zij niet voldeed aan de wettelijke kredietwaardigheidseisen. De kern van het geschil betrof de vraag of de overwaarde van een vrachtwagen en privé-bezittingen konden worden meegerekend bij het bepalen van het risicodragend vermogen.
Het College oordeelde dat deze elementen niet konden worden meegenomen omdat daarvoor geen accountantsverklaring was overgelegd, zoals vereist volgens de Regeling kredietwaardigheid beroepsvervoer 2002 en de toepasselijke Europese richtlijn. De jaarrekening toonde bovendien een negatief eigen vermogen.
Gelet op de wettelijke bepalingen en de richtlijn 96/26/EG was de intrekking van de vergunningen terecht. Humanitaire argumenten boden geen grondslag om hiervan af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunningen wegens onvoldoende kredietwaardigheid wordt ongegrond verklaard.