ECLI:NL:CBB:2003:AO1594
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart beroep ongegrond tegen weigering vergunning kansspelautomaten in seksinrichting met café
Appellant exploiteert een onderneming bestaande uit een seksinrichting en een café, waarvoor hij een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten heeft aangevraagd. Verweerder heeft deze vergunning geweigerd omdat het café niet als hoogdrempelige inrichting kan worden aangemerkt, maar als laagdrempelige inrichting, mede omdat de activiteiten gericht op prostitutie een zelfstandige stroom van bezoekers trekken.
Appellant voerde aan dat het café uitsluitend hoogdrempelige activiteiten kent en dat bouwkundige aanpassingen mogelijk zijn om het café van de seksinrichting te scheiden. Tevens deed appellant een beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat een vergelijkbare vergunning elders wel was verleend. Het College oordeelde dat het café geen zelfstandige horecalokaliteit vormt en dat de activiteiten gericht op prostitutie niet als ondersteuning van het café kunnen worden gezien.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant niet aannemelijk maakte dat sprake was van een gelijk geval en omdat het bestuursorgaan niet verplicht is om in strijd met de wet een ander besluit te volgen. Het College verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard omdat het café als laagdrempelige inrichting wordt aangemerkt.