ECLI:NL:CBB:2003:AO1922
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- J.A. Hagen
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens verstrekking begeleiderskaart gehandicapten
Verzoekster had bij verweerster, de Nederlandse Spoorwegen, een begeleiderskaart gehandicapten aangevraagd die op 9 augustus 2002 werd geweigerd zonder bezwaarclausule maar met de mededeling contact op te nemen bij onenigheid. Verzoekster maakte op 4 november 2002 bezwaar, waarna verweerster op 6 november telefonisch en schriftelijk bevestigde dat geen recht op de kaart bestond en dat verder beroep niet mogelijk was. Verzoekster stelde op 5 december 2002 beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Op 21 januari 2003 gaf verweerster alsnog de begeleiderskaart af, waarna verzoekster het beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding en vergoeding van griffierecht. Verweerster wees dit af met het argument dat de gratis rechtsbijstand van de gemachtigde van verzoekster dit niet rechtvaardigde en dat de verstrekking pas na nadere informatie in de beroepsfase plaatsvond.
Het College oordeelde dat het bevoegd was kennis te nemen van het verzoek en dat de kostenveroordeling terecht was omdat de verstrekking van de kaart plaatsvond zonder nieuwe informatie buiten de bezwaarfase. Tevens werd geoordeeld dat de rechtsbijstand niet gratis was in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De proceskosten werden vastgesteld op €322, exclusief griffierecht dat reeds apart vergoed wordt. Het verzoek tot proceskostenveroordeling werd toegewezen.
Uitkomst: Verweerster wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €322 na intrekking van het beroep wegens verstrekking begeleiderskaart gehandicapten.