ECLI:NL:CBB:2003:AO1924
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- C.J. Borman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit landbouwheffing wegens onttrekking melkpoeder aan douanetoezicht
Op 21 januari 1998 diende appellant beroep in tegen een besluit van 12 december 1997 waarin hij werd aangesproken voor landbouwheffing wegens onttrekking aan het douanetoezicht van melkpoeder. Het geschil betrof de vraag of appellant als vervoerder aansprakelijk was voor de douaneschuld en of de navorderingstermijn van drie jaar was overschreden.
Het College stelde vast dat de douaneschuld was ontstaan in de eerste helft van 1993, vóór het inwerkingtreden van het Communautair douanewetboek (CDW) per 1 januari 1994, zodat het CDW geen terugwerkende kracht heeft. Desondanks oordeelde het College dat appellant terecht als onttrekker werd aangemerkt op basis van de Verordening (EEG) nr. 1031/88, omdat hij de T1-documenten niet bij de douane had afgegeven maar aan derden, waardoor de goederen aan het toezicht werden onttrokken.
Verder oordeelde het College dat de navorderingstermijn van drie jaar niet van toepassing was omdat appellant niet te goeder trouw handelde; hij wist of had moeten weten dat de melkpoeder niet naar Bulgarije werd vervoerd maar onttrokken aan het douanetoezicht. De subsidiaire bezwaren van appellant, onder meer over het niet innen bij hoofdverdachte en het evenredigheidsbeginsel, faalden. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.