ECLI:NL:CBB:2003:AO1929
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- C.J. Borman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aansprakelijkheid vervoerder voor onttrekking melkpoeder aan douanetoezicht
Appellant, vervoerder van melkpoeder onder T1-document, werd aansprakelijk gesteld voor landbouwheffing omdat de melkpoeder aan het douanetoezicht zou zijn onttrokken door aflevering aan een opslagplaats in Nederland in plaats van Bulgarije. Verweerder stelde dat appellant wist of behoorde te weten dat onttrekking plaatsvond en dat navordering binnen vijf jaar mogelijk was wegens strafrechtelijke vervolgbaarheid.
Appellant voerde aan dat hij niet onttrok, niet meewerkte aan onttrekking, en dat de navorderingstermijn van drie jaar van toepassing was omdat zijn handelen niet gericht was op ontduiking. Tevens stelde hij dat verweerder niet voldoende had geprobeerd de hoofdverdachte aan te spreken en dat de utb desastreuze gevolgen had.
Het College oordeelde dat het besluit ten onrechte steunde op artikel 203 CDW Pro, dat niet terugwerkende kracht heeft, en vernietigde het besluit. Wel oordeelde het College dat appellant terecht als onttrekker is aangemerkt op basis van Verordening (EEG) nr. 1031/88, omdat hij de T1-documenten niet bij de douane aanbood maar aan derden overhandigde, waardoor de douane geen controle kon uitoefenen.
Verder stelde het College vast dat de navorderingstermijn van vijf jaar van toepassing is omdat appellant niet te goeder trouw was; hij wist of had moeten weten dat de melkpoeder niet naar Bulgarije werd vervoerd. De subsidiaire bezwaren faalden, en het beroep werd gegrond verklaard met vernietiging van het besluit, behoudens de rechtsgevolgen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.