ECLI:NL:CBB:2003:AO1935
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- C.J. Borman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aansprakelijkheid vervoerder voor landbouwheffing wegens onttrekking aan douanetoezicht
Op 21 januari 1998 diende appellant beroep in tegen een besluit van 12 december 1997 waarin hij werd aangesproken voor landbouwheffing wegens onttrekking aan het douanetoezicht van melkpoeder vervoerd onder T1-documentatie. Het geschil betrof onder meer de vraag of appellant als vervoerder aansprakelijk was voor de douaneschuld en of de navorderingstermijn van drie jaar was overschreden.
Het College stelde vast dat de douaneschuld was ontstaan in de eerste helft van 1993 en dat het bestreden besluit onterecht was gebaseerd op het per 1 januari 1994 in werking getreden CDW, dat geen terugwerkende kracht heeft. Het College beoordeelde vervolgens de aansprakelijkheid van appellant op grond van artikel 4 van Pro Verordening (EEG) nr. 1031/88 en concludeerde dat appellant terecht als onttrekker was aangemerkt, omdat hij de T1-documenten niet bij de douane had afgegeven maar aan derden, waardoor de goederen aan het douanetoezicht werden onttrokken.
Verder oordeelde het College dat de navorderingstermijn van drie jaar niet van toepassing was omdat appellant's handelen gericht was op ontduiking van rechten bij invoer, wat een langere termijn van vijf jaar rechtvaardigt. De stelling van appellant dat verweerder in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur had gehandeld, werd verworpen. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de aansprakelijkheid van appellant blijft op grond van EU-verordening bestaan.