ECLI:NL:CBB:2003:AO4291
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing hardheidsgeval bij pluimveerechten op grond van milieuvergunning
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het bezwaar van appellant tegen de afwijzende beslissing op een melding pluimveerechten inclusief hardheidsgevallen werd afgewezen. Het geschil betreft de toepassing van hardheidsgeval 1 uit artikel 58k van de Meststoffenwet, dat onomkeerbare investeringsverplichtingen vereist binnen de periode 1 januari 1994 tot en met 5 november 1998.
Appellant had in 1995 een milieuvergunning aangevraagd en gekregen, maar deze vergunning werd in 1997 vernietigd. Een nieuwe aanvraag volgde in 2000 met een grotere uitbreiding dan de eerste aanvraag. Verweerder oordeelde dat de tweede aanvraag niet als vervangend kon worden gezien en dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor hardheidsgeval 1 omdat geen milieuvergunning was verleend binnen de relevante periode.
Het College stelt vast dat de wetgever alleen de in artikel 58k, eerste lid, onder a, genoemde criteria aanvaardt als bewijs voor onomkeerbare investeringsverplichtingen. De eerdere vergunning die later werd vernietigd kan niet worden meegeteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor hardheidsgeval 1.