ECLI:NL:CBB:2004:AO4301
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering vergunning kansspelautomaten wegens ontbreken rechtens te honoreren belang
Appellant heeft een vergunning aangevraagd voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten in zijn horeca-inrichting. Deze vergunning werd geweigerd door verweerder, waarna appellant bezwaar maakte. Na advies van de Commissie voor bezwaar- en beroepschriften handhaafde verweerder de weigering op grond van materiële gronden.
Appellant stelde dat het beroep van belang was voor toekomstige vergunningaanvragen, maar het College oordeelde dat het belang van appellant slechts gelegen was in de mogelijke uitstraling van een oordeel voor latere perioden. Dit werd niet als een rechtens te honoreren belang beschouwd.
Het College stelde vast dat de periode waarop de vergunningaanvraag betrekking had was verstreken en dat de kansspelautomaten gedurende die periode reeds aanwezig en geëxploiteerd werden alsof er een vergunning was. Er was geen schade gebleken door de weigering.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. E.J.M. Heijs op 11 februari 2004.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te honoreren belang.