ECLI:NL:CBB:2004:AO4497
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging last onder dwangsom op grond van artikel 42a Meststoffenwet wegens onredelijkheid
Appellante, een extensieve veehouder met een kudde Veluwse Heideschapen die graast op natuurterreinen zonder eigendom van landbouwgrond, werd door Bureau Heffingen een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet overleggen van een rapport van bevindingen zoals vereist onder artikel 42a van de Meststoffenwet. Verweerder stelde dat appellante meer dan 2,5 grootvee-eenheden per hectare hield en daarom aan deze verplichting moest voldoen, waarbij bij gebrek aan landbouwgrond een fictieve oppervlakte van 1 hectare werd gehanteerd.
Appellante voerde aan dat zij geen landbouwgrond in eigendom of gebruik had en dat de wetgever niet de bedoeling had extensieve veehouderijen zoals de hare onder deze verplichting te laten vallen. Tevens stelde zij dat de dwangsom onrechtmatig was en dat zij ten onrechte niet was gehoord in bezwaar.
Het College oordeelde dat de bevoegdheid tot het opleggen van bestuursdwang en last onder dwangsom aanwezig was, maar dat de toepassing op appellante onredelijk was. De wetgever had de verplichting bedoeld voor intensieve veehouderijen met een hoge veebezetting per hectare landbouwgrond. Daarnaast bleek dat het rapport van bevindingen niet de beoogde controle-inspanning opleverde, waardoor het opleggen van de dwangsom niet gerechtvaardigd was.
Het College vernietigde het bestreden besluit, herroept het oorspronkelijke besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 12 september 2003 is gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onredelijkheid en schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.