ECLI:NL:CBB:2004:AO6471
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning kansspelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid
Appellanten exploiteren een horecagelegenheid waarvoor zij een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten hebben aangevraagd. Verweerder heeft deze vergunning geweigerd omdat de inrichting volgens hem laagdrempelig is, hetgeen betekent dat het cafébezoek niet primair gericht is op het nuttigen van alcoholhoudende drank, maar op andere activiteiten zoals koffie- en theedrinken.
Appellanten voerden aan dat hun inrichting hoogdrempelig is, zoals eerder door de burgemeester erkend, en dat het cafébezoek op zichzelf staat. Tevens stelden zij dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. Het College overwoog dat de feitelijke exploitatie bepalend is en dat de inrichting overdag vooral bezocht wordt voor het drinken van koffie en thee, waarbij alcoholgebruik niet de primaire reden is.
Het College concludeerde dat de inrichting niet als hoogdrempelig kan worden aangemerkt en dat de weigering van de vergunning terecht was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.