ECLI:NL:CBB:2004:AO7056
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over energie-investeringsaftrek en interpretatie energiebesparingsnorm
Appellante had bij de Belastingdienst aanvragen ingediend voor een energieverklaring op grond van artikel 3:42 van Pro de Wet inkomstenbelasting 2001, met betrekking tot investeringen in droogkamers. Verweerder weigerde deze aanvragen in behandeling te nemen wegens het niet voldoen aan de energiebesparingsnorm van 0,5 Nm3 aardgasequivalent per geïnvesteerde gulden. De energiebesparing werd door verweerder naar evenredigheid toegerekend aan zowel het eigen investeringsbedrag als de ontvangen subsidie, waardoor de norm niet werd gehaald.
Appellante voerde aan dat de subsidie niet in mindering gebracht mocht worden bij de berekening van de energiebesparing per geïnvesteerde gulden en dat verweerder onzorgvuldig en willekeurig had gehandeld. Het College stelde vast dat het begrip 'investeren' conform artikel 3:43 Wet Pro IB 2001 moet worden uitgelegd en dat de energiebesparingsnorm in de Energielijst 2001 niet afwijkt van deze wettelijke definitie.
Het College oordeelde dat verweerder onjuist had gehandeld door de energiebesparing naar evenredigheid toe te rekenen aan subsidie en eigen investering, wat niet strookt met de wettelijke definitie. Daarom verklaarde het College de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en droeg verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.